Kalibratiehandleiding
Kalibratie zorgt voor stabiele aanwezigheidsdetectie, betere zones en betrouwbaardere klimaatmetingen. UltimateSensor Mini v2 gebruikt standaard HLK-LD2412, HLK-LD2450, SCD41, SGP41, BH1750 en optioneel SPS30. Als de optionele HLK-LD2460 upgrade geplaatst is, vervangt die de LD2450 module.
Mini v2 heeft geen barometrische druksensor, geen microfoon, geen speaker en geen PIR-sensor.
Wat Kun Je Afstellen?
| Sensor | Gebruik | Afstelling |
|---|---|---|
| HLK-LD2412 | Gevoelige aanwezigheid, stilzitten en microbeweging | Dynamic background correction en distance gates |
| HLK-LD2450 | Target tracking, X/Y positie en zones | Tracking Zone grenzen en presence timeout |
| HLK-LD2460 | Optionele vervanger van de LD2450-trackingradar | Montagecompensatie, detectiesector en gedeelde Room Designer-polygonzones |
| SCD41 | CO2, temperatuur en luchtvochtigheid | Handmatige CO2-kalibratie en firmware-offsets |
| SGP41 | VOC- en NOx-index | Stabilisatie door runtime |
| BH1750 | Lichtsterkte in lux | Eventuele correctiefactor in ESPHome |
| SPS30 | PM1, PM2.5, PM4, PM10 | Alleen als module aanwezig is |
mmWave Radar Afstellen
Mini v2 combineert twee radarmodules:
- LD2412 is het beste voor betrouwbare aanwezigheid en stilzitten.
- LD2450 is het beste voor zones, targetpositie en multi-target tracking op standaard hardware.
- LD2460 is een optionele tracking-upgrade die LD2450 vervangt en target 1-5 X/Y/Distance/Angle-entiteiten plus gedeelde Room Designer-polygonzones gebruikt.
Stel eerst LD2412 af. Is de aanwezigheid stabiel, stel dan de LD2450-zones af of volg de LD2460-upgradehandleiding voor fysieke oriëntatie, montagecompensatie, de hardwarematige detectiesector en Room Designer-zones.
LD2412 Radar Kalibreren
Gebruik dit als de ruimte bezet blijft terwijl er niemand is.
- Maak de ruimte volledig leeg.
- Zorg dat er geen huisdieren, ventilatoren, bewegende gordijnen of robotstofzuigers bewegen.
- Open Home Assistant.
- Ga naar Instellingen -> Apparaten en diensten -> ESPHome.
- Open je UltimateSensor Mini v2.
- Schakel de knop LD2412 Dynamic Background Correction in als je dat nog niet hebt gedaan. Deze staat standaard uit en vind je bij de uitgeschakelde entiteiten van het apparaat.
- Druk op LD2412 Dynamic Background Correction.
- Wacht tot de diagnose-entiteit met dezelfde naam uit staat voordat je de ruimte weer binnenkomt.
Als iemand in de ruimte is tijdens deze correctie, kan de radar die persoon als achtergrond leren.
LD2412 Distance Gates
De LD2412 werkt met distance gates. Elke gate is een afstandsgebied. Bij de gebruikelijke resolutie van 0,75 m:
| Gate | Geschatte afstand |
|---|---|
| 1 | 0,75 - 1,5 m |
| 2 | 1,5 - 2,25 m |
| 3 | 2,25 - 3,0 m |
| 4 | 3,0 - 3,75 m |
| 5 | 3,75 - 4,5 m |
| 6 | 4,5 - 5,25 m |
| 7 | 5,25 - 6,0 m |
| 8+ | Groter bereik, vaker detectie door muren heen |
Stem LD2412 Maximum Distance Gate af op de ruimte. Detecteert de sensor door een muur heen, verlaag dan de maximum gate.
LD2412 Timeout en Energie
| Instelling | Betekenis |
|---|---|
| LD2412 Minimum Distance Gate | Dichtstbijzijnde detectieafstand |
| LD2412 Maximum Distance Gate | Verste detectieafstand |
| LD2412 Presence Timeout | Hoe lang aanwezigheid actief blijft na laatste detectie |
| LD2412 Moving Energy | Signaalsterkte van een bewegend target |
| LD2412 Still Energy | Signaalsterkte van een stil target |
De standaardfirmware toont geen drempels per gate. Stel af met de distance gates en controleer de energiewaarden met een lege ruimte.
LD2450 Zones
De LD2450 gebruikt X/Y-coordinaten voor zones.
Heeft jouw Mini v2 de optionele LD2460-upgrade, sla dan de ingebouwde LD2450
zone controls over en gebruik de LD2460-upgradehandleiding.
LD2460 vervangt fysiek de LD2450 en vereist passende *-ld2460.yaml-firmware.
Coördinatensysteem
Sensor (0,0)
|
-X <---+---> +X
|
v
+Y afstand
Zonevoorbeeld
Voor een gebied van 3 m breed en 4 m diep:
| Instelling | Waarde |
|---|---|
Tracking Zone 1 X1 |
-1500 |
Tracking Zone 1 X2 |
1500 |
Tracking Zone 1 Y1 |
0 |
Tracking Zone 1 Y2 |
4000 |
Waarden zijn meestal in millimeters. Worden targets buiten de ruimte gezien, maak dan de Tracking Zone 1 X1/Y1/X2/Y2 grenzen kleiner en verlaag de LD2412 Maximum Distance Gate naar de echte ruimtegrootte.
Bij LD2460-firmware zijn de ingebouwde LD2450 zone controls niet beschikbaar. Stel fysieke richting, montagecompensatie, de hardwarematige detectiesector en de gedeelde Room Designer-polygonzones in volgens de LD2460-upgradehandleiding.
Veelvoorkomende Radarproblemen
| Probleem | Waarschijnlijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Altijd bezet | Achtergrond niet geleerd, ventilator, huisdier, aangrenzende ruimte | Voer de LD2412-achtergrondcorrectie uit en verlaag de maximum gate |
| Detectie door muur | Radarbereik te groot | Verlaag de LD2412 maximum gate en maak LD2450-zones kleiner, of verklein de LD2460-detectiesector en Room Designer-zones |
| Mist iemand die stilzit | Distance gates te krap of timeout te kort | Controleer LD2412 Maximum Distance Gate, LD2412 Presence Timeout en Occupancy Off Delay |
| Zone gaat af bij de deur | Zone te breed of te diep | Maak de actieve LD2450-zone of de LD2460 Room Designer-polygon- of exclusion-zone kleiner |
| Meerdere targets onrustig | Reflectie of zonerand | Verklein de zone en vermijd reflecterende oppervlakken |
CO2 Kalibratie
Mini v2 gebruikt de Sensirion SCD41 voor CO2, temperatuur en luchtvochtigheid. Automatische zelfkalibratie staat aan; die werkt het best als je de ruimte af en toe goed ventileert. Gebruik de stappen hieronder als metingen blijven afwijken.
Handmatige Frisse-luchtkalibratie
- Ventileer de ruimte minimaal 3 minuten goed of plaats de sensor kort in frisse buitenlucht binnen WiFi-bereik.
- Wacht tot de meting stabiel is.
- Open de Mini v2 in Home Assistant.
- Druk op CO2 Manual Calibration. Deze knop staat standaard uit, dus schakel hem eerst in. De knop stelt de sensor in op 420 ppm.
- Controleer of frisse lucht rond 400-430 ppm uitkomt.
Kalibreer niet met mensen in de ruimte of slechte ventilatie.
CO2-referentie
| CO2-niveau | Betekenis |
|---|---|
| 400-450 ppm | Frisse buitenlucht |
| 600-800 ppm | Goede tot acceptabele binnenlucht |
| 1000 ppm | Ventileren aanbevolen |
| 1200 ppm | Ventileren nodig |
| 2000+ ppm | Slechte luchtkwaliteit |
Temperatuur en Luchtvochtigheid
Temperatuur en luchtvochtigheid kunnen worden beinvloed door warmte in de behuizing, zonlicht, elektronica in de buurt of weinig luchtstroming. De Mini v2 firmware heeft twee correctielagen:
| Methode | Waar | Beste Gebruik |
|---|---|---|
| Firmware substitution | ESPHome YAML voor het flashen | Definitieve, herhaalbare temperatuurcompensatie |
| Home Assistant offset | Configuratie-entiteiten op het apparaat | Snelle fine-tuning per apparaat zonder opnieuw flashen |
De actuele Mini v2 firmware gebruikt de SCD41 temperature_offset instelling voor de vaste zelfwarmtecompensatie. Dit is de beste plek voor permanente temperatuurcorrectie, omdat de SCD41 deze waarde intern ook gebruikt voor de luchtvochtigheidscompensatie.
De standaardwaarde voor Mini v2 staat hieronder. De SCD41 trekt deze waarde af van de meting, dus een hogere waarde geeft een lagere temperatuur.
substitutions:
scd41_temperature_offset: "10.2"
Home Assistant toont daarnaast deze configuratie-entiteiten op het apparaat:
- Temperature Offset - voegt een kleine correctie toe aan de weergegeven
SCD41 Temperature. - Humidity Offset - voegt een kleine correctie toe aan de weergegeven
SCD41 Humidity.
Deze Home Assistant offsets worden op het apparaat opgeslagen en na een herstart hersteld. Ze zijn handig om snel te testen of kleine lokale verschillen bij te regelen, maar voor een vaste setup adviseren we de uiteindelijke temperatuurcorrectie in de ESPHome substitution te zetten en opnieuw te flashen. Dan zit de correctie in de firmware zelf en vergeet je later geen verborgen HA-instelling.
Aanbevolen Werkwijze
- Update naar de actuele Mini v2 firmware.
- Zet Temperature Offset en Humidity Offset in Home Assistant op
0. - Plaats een betrouwbare thermometer/hygrometer naast de sensor.
- Wacht minimaal 20-30 minuten tot beide metingen stabiel zijn.
- Vergelijk de referentiewaarden met
SCD41 TemperatureenSCD41 Humidity. - Wijkt de temperatuur structureel af, volg dan de ESPHome aanpassingsstappen, pas
scd41_temperature_offsetaan en flash opnieuw. - Is de temperatuur goed, gebruik dan alleen Humidity Offset als de luchtvochtigheid nog een kleine eindcorrectie nodig heeft.
Voorbeelden Voor Temperatuur Substitution
Als SCD41 Temperature 1,0 °C te hoog aangeeft, verhoog je de substitution met 1,0:
substitutions:
scd41_temperature_offset: "11.2" # standaard 10.2 + 1.0
Als SCD41 Temperature 0,8 °C te laag aangeeft, verlaag je de substitution met 0,8:
substitutions:
scd41_temperature_offset: "9.4" # standaard 10.2 - 0.8
Corrigeer dezelfde temperatuurfout niet twee keer. Als je scd41_temperature_offset aanpast, zet de Home Assistant Temperature Offset daarna terug op 0.
Fine-tuning Via Home Assistant
Gebruik de Home Assistant offsets als je snel wilt testen of niet direct opnieuw kunt flashen:
- Open de Mini v2 in Home Assistant.
- Zoek Temperature Offset of Humidity Offset onder de configuratie-entiteiten.
- Vul de correctie in die je bij de weergegeven waarde wilt optellen.
Voorbeelden:
- Sensor toont 24,5 °C, referentie is 23,8 °C: zet Temperature Offset op
-0.7, of liever: verhoogscd41_temperature_offsetmet0.7en laat de HA offset op0. - Sensor toont 48% RV, referentie is 52% RV: zet Humidity Offset op
4.
Zorg eerst dat temperatuur klopt voordat je luchtvochtigheid bijregelt. Relatieve luchtvochtigheid is temperatuurafhankelijk, dus een verkeerde temperatuurcorrectie kan ook de luchtvochtigheid verkeerd laten lijken.
Ben je nog niet bekend met ESPHome YAML, gebruik dan eerst de Home Assistant offsets. Wil je de correctie permanent maken, volg dan de Firmware Handleiding om de Mini v2 te adopteren, de substitution te wijzigen en de firmware opnieuw te uploaden.
VOC, NOx, Licht en SPS30
- SGP41 VOC/NOx zijn relatieve indexwaarden. Beoordeel trends over uren, niet losse metingen.
- BH1750 is normaal fabrieksmatig goed genoeg; exacte correctie kan via ESPHome.
- SPS30 heeft stabiele luchtstroom nodig en is alleen aanwezig bij de Complete variant.
Aanbevelingen
- Stel de radar eerst af met een lege ruimte.
- Beperk het radarbereik tot de echte ruimtegrootte.
- Stel bij LD2460-upgradefirmware de fysieke plaatsing, de hardwarematige detectiesector en de gedeelde Room Designer-polygon- of exclusion-zones af.
- Vermijd direct zonlicht, radiatoren en sterke luchtstromen.
- Kalibreer CO2 opnieuw nadat je de sensor hebt verplaatst.
- Noteer gewijzigde instellingen en offsets.