SmartHomeShop Docs

Kalibratie

Elke ruimte is anders. Plafondhoogte, meubels, luchtstroom en, bij inbouw, de ruimte boven het plafond hebben allemaal invloed op de metingen. Op deze pagina lees je per sensor wat je straks kunt aanpassen en hoe je een goede vergelijking maakt.

Gepland gedrag. De firmware voor CeilSense Pro is nog niet geschreven. De instellingen op deze pagina volgen een eerder prototype en kunnen tot de release nog veranderen.

Wat je kunt aanpassen

Sensor Wat je kunt aanpassen
LD2412 Dynamische achtergrondcorrectie, aanwezigheidstimeout, minimale en maximale distance gate, afstandsresolutie
LD2450 Zones, zonetype, aanwezigheidstimeout, volgen van meerdere mensen
LD2460 Detectieafstand, begin- en eindhoek, zones in de Room Designer
LD6002B Volgt met de firmware
Lichtsensor Niets: gebruik de waarde die hij toont
SCD41 CO2 SCD41 Calibrate Fresh Air. Automatische zelfkalibratie staat volgens plan uit.
SCD41 temperatuur en luchtvochtigheid SCD41 Extra Temperature Offset en SCD41 Humidity Offset
SHT45 Volgt met de firmware
SGP41 VOC en NOx Niets: de sensor heeft draaitijd nodig
Luchtdruk Niets
Optische rookmeting Niets: zie Optische rookmeting

Zo maak je een goede vergelijking

  • Wacht minstens 30 minuten na een start. De eerste SCD41-metingen zeggen nog niets.
  • Zet de ledring uit, zodat warmte en licht ervan geen rol spelen.
  • Houd de omstandigheden gelijk: geen open ramen, geen directe zon en geen verwarming die net is aangesprongen.
  • Gebruik een betrouwbare referentie op de hoogte van de sensor, niet op bureauhoogte.
  • Vergelijk meerdere metingen over langere tijd, niet één waarde.

Radar: LD2412 + LD2450

Stel eerst de LD2412 af. Ga pas naar de LD2450-zones als Presence goed werkt.

Dynamische achtergrondcorrectie

Hiermee leert de LD2412 hoe de lege ruimte eruitziet. Doe dit na de installatie en als de aanwezigheid aan blijft in een lege ruimte.

  1. Maak de ruimte leeg: geen mensen, geen huisdieren.
  2. Stop bewegende dingen, zoals ventilatoren en gordijnen.
  3. Open de apparaatpagina in Home Assistant.
  4. Druk op LD2412 Start Dynamic Background Correction. Je vindt deze knop onder Diagnostisch.
  5. Verlaat de ruimte en wacht tot LD2412 Dynamic Background Correction weer uit is.

Belangrijk: Is er tijdens de correctie iemand in de ruimte, dan kan de radar die persoon als achtergrond leren.

Aanwezigheidstimeout

LD2412 Presence Timeout en LD2450 Presence Timeout bepalen hoeveel seconden de aanwezigheid aan blijft na de laatste detectie. Verhoog de timeout als de aanwezigheid wegvalt terwijl iemand stilzit. Verlaag hem als de ruimte sneller als leeg moet gelden.

Distance gates

De LD2412 verdeelt zijn bereik in gates. Bij de standaardresolutie van 0,75 m is elke gate ongeveer 0,75 m, gerekend vanaf de sensor en niet over de vloer.

  • LD2412 Maximum Distance Gate (2 tot 13) is de verste gate die hij gebruikt. Verlaag deze als de radar voorbij de ruimte kijkt, bijvoorbeeld door een dunne wand.
  • LD2412 Minimum Distance Gate (1 tot 12) is de dichtstbijzijnde gate die hij gebruikt.
  • LD2412 Distance Resolution verandert de lengte van een gate: 0,2 m, 0,5 m of 0,75 m. Een kleinere waarde is preciezer, maar geeft een korter bereik.

Drempels per gate horen niet bij de geplande entiteiten.

LD2450-zones

De LD2450 heeft 3 rechthoekige zones in de radar. Coördinaten zijn in millimeters, met de sensor op nul.

  1. Loop door het gebied dat je wilt en noteer LD2450 Target 1 X en LD2450 Target 1 Y op de hoeken.
  2. Vul ze in bij LD2450 Zone 1 X1, Y1, X2 en Y2.
  3. Stel LD2450 Zone Type in:
    • Detection: de radar meldt alleen targets binnen de zones.
    • Filter: de radar negeert targets binnen de zones.
    • Disabled: geen filtering op zones.
  4. Controleer LD2450 Zone 1 Target Count terwijl je de zone in en uit loopt.

Met LD2450 Multi Target Tracking wissel je tussen het volgen van meerdere mensen en één persoon.

Polygoonzones in de Room Designer volgen voor deze configuratie met de releasefirmware.

Radar: LD2460

De firmware zet de LD2460 straks in de installatiemodus top. Laat Tracking Radar Installation Mode op top staan. Tracking Radar Installation Height en Tracking Radar Installation Angle zijn voor wandmontage en heb je aan het plafond niet nodig.

Looptest

Doe deze test voordat je zones tekent in de Room Designer.

  1. Loop in een rechte lijn door de ruimte en kijk naar Tracking Target 1 X en Tracking Target 1 Y. Een van de twee hoort duidelijk te veranderen.
  2. Loop haaks op die lijn. Nu hoort de andere coördinaat duidelijk te veranderen.
  3. Ga stilzitten op de plek die voor jou telt en controleer of je gedetecteerd blijft.

De LD2460 geeft coördinaten door in stappen van 0,1 m, dus kleine sprongen zijn normaal.

Detectiebereik

Tracking Radar Detection Distance, Tracking Radar Detection Start Angle en Tracking Radar Detection End Angle maken één detectiesector in de radar. Aan het plafond accepteert de radar 0,1 tot 4,0 m en 0 tot 360 graden. De beginhoek moet lager zijn dan de eindhoek.

Hiermee sluit je een hele richting uit bij de bron. Gebruik voor onregelmatige ruimtes de polygoon- en uitsluitzones in de Room Designer.

De radar bewaart deze instellingen zelf. Na een herstart kunnen de entiteiten even unknown tonen, en een aanpassing kan de targetupdates kort onderbreken.

Reflecties

Spiegels, metalen kasten, ramen en andere grote reflecterende vlakken kunnen een tweede vast target maken of een positie verschuiven.

  1. Dek het vlak tijdelijk af om de oorzaak te bevestigen.
  2. Sluit een hele richting uit met de detectiehoeken, of teken voor een klein gebied een uitsluitzone in de Room Designer. De radar heeft twee plekken voor uitsluitzones.

Gevoeligheid

De gevoeligheid van de LD2460 is geen entiteit in Home Assistant. Je stelt die in via de HLK Radar Tool-app, en de module bewaart de instelling.

Radar: LD6002B

De afstelmogelijkheden van de LD6002B volgen met de firmware, die nog niet af is.

Lichtsensor

Illuminance toont het lichtniveau in lux. De sensor meet het licht dat het plafond bereikt, niet het licht op je bureau. Er is geen offset-entiteit voor licht, en of er net als op CeilSense V2 een aparte gecorrigeerde waarde komt, wordt met de firmware bepaald.

Gebruik voor automatiseringen gewoon de waarde die de entiteit toont als de ruimte zo licht is als jij wilt. Wil je vergelijken met een luxmeter, houd de meter dan vlak onder de sensor met de ledring uit en vergelijk bij verschillende lichtniveaus.

CO2

Automatische zelfkalibratie staat op CeilSense Pro volgens plan uit, anders dan op CeilSense V2. De meting corrigeert zichzelf dus niet na verloop van tijd, en je bepaalt zelf wanneer je kalibreert met SCD41 Calibrate Fresh Air.

De knop zet de meting op 426 ppm, dus hij hoort alleen thuis in frisse lucht. Gebruik hem voorzichtig, want een druk in muffe lucht verschuift de metingen die daarna komen.

  1. Ventileer de ruimte goed terwijl er niemand is. Frisse buitenlucht zit op ongeveer 400 tot 430 ppm.
  2. Wacht tot SCD41 CO2 stabiel is.
  3. Druk op SCD41 Calibrate Fresh Air op de apparaatpagina onder Configuratie.

De SCD41 gebruikt volgens plan de luchtdruk van de BMP388 voor compensatie. Daarvoor hoef je niets in te stellen.

Temperatuur en luchtvochtigheid

Inbouw en warmte van de elektronica beïnvloeden de temperatuurmeting. Gebruik de temperatuur vooral voor trends en wacht na een start tot de sensor is gestabiliseerd voordat je de waarde beoordeelt.

Met SCD41 Extra Temperature Offset en SCD41 Humidity Offset corrigeer je de SCD41-metingen zonder opnieuw te flashen. Ze lopen van -20 tot +20 in stappen van 0,1 en blijven bewaard na een herstart. SCD41 Humidity Offset begint op 0. SCD41 Extra Temperature Offset komt bovenop de fabriekscorrectie en de firmware bepaalt de beginwaarde, dus die hoeft geen 0 te zijn. Noteer de waarde die er staat voordat je iets verandert.

  1. Maak een vergelijking zoals bovenaan deze pagina staat.
  2. Reken het verschil uit: referentie min meting.
  3. Tel dat verschil op bij de waarde van de offset op de apparaatpagina onder Configuratie.

Voorbeelden:

  • SCD41 Temperature meet 24,5 °C en je referentie 23,8 °C: het verschil is -0,7, dus verlaag SCD41 Extra Temperature Offset met 0,7.
  • SCD41 Humidity meet 48% en je referentie 52%: het verschil is 4, dus verhoog SCD41 Humidity Offset met 4.

Beide offsets veranderen alleen de getoonde waarde. SCD41 Extra Temperature Offset herberekent de luchtvochtigheid niet, dus controleer die apart. Op CO2 heeft geen van beide effect.

De entiteiten en instellingen van de SHT45 volgen met de releasefirmware.

VOC en NOx

De SGP41 geeft indexen van 1 tot 500, geen ppm. Er valt niets te kalibreren. Geef de sensor na een start of verplaatsing enkele uren normaal gebruik voordat je de metingen beoordeelt, en kijk naar trends in plaats van losse waarden.

Luchtdruk

BMP388 Pressure hoef je niet te kalibreren en heeft geen offset-entiteit. BMP388 Temperature is de temperatuur binnen in het apparaat, dus vergelijk die niet met de kamertemperatuur.

Optische rookmeting

Hier valt voor jou niets te kalibreren. De meting bouwt na elke start zijn eigen basislijn op, is niet gekalibreerd volgens een norm voor rookmelders en is geen veiligheidsfunctie. Zie Optische rookmeting.

Goed om te weten

  • Noteer welke instellingen en offsets je hebt aangepast.
  • Controleer de kalibratie opnieuw als je de sensor verplaatst.
  • Radarinstellingen staan in de radarmodule. LD2412 Factory Reset en LD2450 Factory Reset zetten ze terug naar de fabrieksinstellingen.

Gerelateerd