Installatiehandleiding
Documentatie voor de release. CeilSense Pro is nog niet officieel uitgebracht. Ontwerp, specificaties en firmware kunnen tot de release nog veranderen. Kijk op ceilsense.nl voor de actuele planning.
Deze handleiding neemt je mee van het voorbereiden van het plafond tot een CeilSense Pro die in Home Assistant staat. Je kunt CeilSense Pro op twee manieren monteren: als inbouw in een boorgat, of als opbouw met een montageplaat.
Veiligheid: Laat aansluitingen op netspanning maken door een vakbekwame installateur. Schakel eerst de stroomgroep uit. CeilSense Pro is alleen voor binnengebruik.
Lees het plaatsingsadvies onder aan deze pagina voordat je gaat zagen of boren. In de Snelstart lees je hoe je het apparaat op tafel test voordat het op het plafond gaat.
Kies je montage
| Inbouw | Opbouw | |
|---|---|---|
| Wat je nodig hebt | Een boorgat van Ø 92 mm en vrije ruimte boven het plafond | Een montageplaat op het plafond, geen groot gat |
| Vastgezet met | Veerclips | De montageplaat |
| Ruimte boven het plafond | 28,6 mm, plus stekkers en kabels | Alleen de kabel moet erdoor |
| Zichtbaar deel | 27,95 mm onder het plafond, buitenrand Ø 115 mm | Ø 90 mm × 59,15 mm hoog |
| Geschikt voor | Gipsplaat, hout of plaatmateriaal met ruimte erboven | Massief beton en plafonds zonder ruimte erboven |
Maten om te controleren
| Maat | Waarde |
|---|---|
| Boorgat | Ø 92 mm |
| Inbouwbehuizing | Ø 90 mm |
| Buitenrand | Ø 115 mm |
| Totale hoogte, inbouw | 56,55 mm: 28,6 mm boven en 27,95 mm onder het plafondvlak |
| Opbouw | Ø 90 mm × 59,15 mm hoog |
| Maximale plafonddikte | Nog niet gepubliceerd, volgt bij de release |
De ruimte voor stekkers en kabels komt bovenop de diepte en hangt af van de aansluiting. Meet bij inbouw de vrije ruimte boven het plafond voordat je begint.
Leg dit klaar
- Voor inbouw: een gatenzaag in de juiste maat en voor het juiste materiaal, met passende houder en centreerboor
- Voor opbouw: bevestigingsmateriaal dat past bij je plafond
- Een geschikte boormachine
- Rolmaat en potlood
- Leidingzoeker
- Stabiele trap
- Veiligheidsbril, geschikte stofafzuiging en de voorgeschreven gehoor- en adembescherming
- CeilSense Pro, plus de voeding en kabels die je nodig hebt
Controleer voor je boort
- Bepaal waar kabels, leidingen en draagdelen lopen. Een leidingzoeker alleen sluit niet ieder risico uit.
- Schakel de stroomgroep uit voordat je een spot verwijdert. Laat netspanningswerk en de controle op spanningsloosheid over aan een vakbekwame installateur.
- Werk met stofafzuiging, vooral bij beton.
- Gebruik je een bestaand spotgat? Meet de opening en de vrije ruimte erboven. Een gat voor CeilSense V1 (68 mm) of V2 (76 mm) is te klein voor een Pro in inbouw.
Voorbereiden per plafondtype
Gipsplaat met ruimte erboven
Gebruik een gatenzaag die geschikt is voor gipsplaat. Controleer eerst de vrije ruimte boven de plaat voor de sensor, stekkers en kabels. Zaag alleen door de plaat, niet door de draagconstructie. Een gestuct betonplafond is geen gipsplafond.
Houten plafond of plaatmateriaal
Kies een gatenzaag die past bij het materiaal. Controleer de zaagdiepte en of de houder op je boormachine past. Zaag in boorstand, zonder klopfunctie, en volg het toerental van de fabrikant. Laat balken en andere dragende delen intact.
Massief beton
Kies opbouw. Een CeilSense Pro in opbouw heeft geen groot inbouwgat nodig. Gebruik voor de bevestiging een geschikte betonboor, pluggen en schroeven.
Wil je hem toch in beton inbouwen? Laat een specialist de constructie, de boorpositie en de diamantboring beoordelen. Boor niet zelf door wapening of voorspankabels.
Het boorgat maken
Dit deel is voor inbouw. Bij opbouw ga je door naar het volgende deel.
- Teken het midden van de plek af met een potlood.
- Controleer de plek met de leidingzoeker.
- Zaag een gat van Ø 92 mm. Houd de boormachine recht en werk met stofafzuiging.
De maximale plafonddikte voor de Pro is nog niet gepubliceerd. Die volgt bij de release, dus wacht op die waarde als je plafond dik is.
Kies je voeding
| Voeding | Kabel naar het plafond | Netwerk | Geschikt voor |
|---|---|---|---|
| PoE (IEEE 802.3af) | Netwerkkabel van een PoE-switch of -injector | Ethernet | Eén kabel voor voeding en data |
| 110 tot 240 V | Netspanningskabel, aangesloten door een vakbekwame installateur | WiFi of Ethernet | Een spot vervangen: de bedrading zit er al |
| USB-C | USB-C-kabel, 5 V, minimaal 1 A | WiFi of Ethernet | Een bestaande USB-voeding, of testen |
Een USB-C-voeding wordt niet meegeleverd. Ethernet zonder PoE kan ook: gebruik de kabel voor data en voed de sensor via netspanning of USB-C. Zie Netwerkconfiguratie.
Kabels aanleggen
- RJ45, USB-C en netspanning zitten aan de plafondzijde van de sensor, dus elke kabel moet die kant bereiken, bij inbouw en bij opbouw.
- Trek de kabel door het plafond voordat je de sensor plaatst, en houd genoeg lengte over om hem makkelijk aan te sluiten.
- Inbouw met UTP? Tel de lengte van de stekker op bij de diepte.
- Inbouw? Houd de ruimte boven het plafond tochtvrij voor nauwkeurige metingen.
De sensor plaatsen
Inbouw met veerclips
- Controleer of de voeding is losgekoppeld.
- Sluit de kabel aan op de bijbehorende aansluiting aan de plafondzijde. Laat de aansluiting op netspanning over aan een vakbekwame installateur.
- Druk de veerclips in.
- Duw de sensor in het boorgat.
- Laat de clips los. Ze houden de sensor tegen het plafond.
- Controleer of de buitenrand vlak tegen het plafond zit.
Opbouw op de montageplaat
- Controleer of de voeding is losgekoppeld.
- Teken de plek van de montageplaat af en de plek waar de kabel doorkomt.
- Controleer die plekken met de leidingzoeker.
- Boor de gaten voor de bevestiging en de doorvoer voor de kabel. Een groot gat is niet nodig.
- Zet de montageplaat vast met bevestigingsmateriaal dat past bij je plafond. Gebruik op beton een geschikte betonboor, pluggen en schroeven.
- Sluit de kabel aan op de bijbehorende aansluiting aan de plafondzijde. Laat de aansluiting op netspanning over aan een vakbekwame installateur.
- Plaats de sensor op de montageplaat. De precieze stappen volgen bij de release.
Eerste start
Zet de voeding aan. De firmware is nog niet geschreven, dus deze punten beschrijven het plan.
- De ledring staat standaard uit en de buzzer blijft stil. Een donkere ring betekent dus niet dat het apparaat geen voeding heeft.
- WiFi-firmware opent straks een setupnetwerk. Volg de WiFi-stappen in Netwerkconfiguratie.
- Ethernet-firmware maakt straks via de kabel verbinding met je netwerk.
- De eerste SCD41-metingen na een start zeggen nog niets. Geef de sensor de tijd om te stabiliseren voordat je de temperatuur beoordeelt.
- Geef de SGP41 enkele uren normaal gebruik voordat je VOC en NOx beoordeelt.
- De optische rookmeting heeft na elke start een opwarmfase van minstens drie minuten. Zie Optische rookmeting.
Toevoegen aan Home Assistant
- Open Home Assistant en ga naar Instellingen > Apparaten en diensten.
- ESPHome-apparaten worden automatisch gevonden. Kies CeilSense Pro en voeg hem toe.
- Verschijnt hij niet, zoek dan het IP-adres op in je router en voeg hem toe via Integratie toevoegen > ESPHome. De ESPHome-verbinding gebruikt de standaardpoort 6053.
Plaatsingsadvies
- Plaats de sensor centraal in de ruimte.
- Reken bij een plafond van 2,7 m op een grondradius van ongeveer 4 m voor beweging en ongeveer 3 m voor stilzitten met LD2412 of LD2460, en ongeveer 3 m rondom met LD6002B. Zie Radar- en sensormodules.
- mmWave kan kleine bewegende dingen opmerken, zoals huisdieren, ventilatoren en bewegende gordijnen. Richt je op het gebied waar mensen zijn.
- Spiegels, metalen meubels en ramen kunnen de radar weerkaatsen. Houd daar rekening mee bij het kiezen van de plek.
- Radar kan door dunne wanden kijken. Zit er een wand dichtbij, reken dan op strakkere instellingen in Kalibratie.
- Plaats de sensor niet recht boven een radiator of andere warmtebron.
- CeilSense Pro is niet geschikt voor natte ruimtes.
- Laat je gecertificeerde rookmelders zitten waar ze zitten. CeilSense Pro vervangt er geen, dus verplaats of verwijder er geen om plek te maken.
Volgende stappen
- Kalibratie: stel de radar af op je ruimte
- Gebruik: voorbeelden van automatiseringen
- Speaker en spraak: geluid en Home Assistant Assist
- Optische rookmeting: wat de experimentele meting wel en niet kan
- Home Assistant-integratie: Room Designer en CeilSense-kaart
- Probleemoplossing: als iets niet werkt