SmartHomeShop Docs

Probleemoplossing

Elk onderdeel hieronder geeft het symptoom, de waarschijnlijke oorzaak en de oplossing. Begin bij het deel dat bij je probleem past.

Gepland gedrag. De firmware voor CeilSense Pro is nog niet geschreven. De entiteiten en oplossingen op deze pagina volgen de geplande firmware en kunnen tot de release nog veranderen.

Installatie en netwerk

Apparaat niet gevonden in Home Assistant

Oorzaak: Het apparaat staat nog niet op je netwerk, zit op een ander netwerk of VLAN, of de detectie wordt geblokkeerd.

Oplossing:

  1. Controleer de voeding. De ledring staat standaard uit, dus een donkere ring zegt niets.
  2. Zoek het apparaat in de lijst met verbonden apparaten in je router.
  3. Zorg dat het apparaat en Home Assistant op hetzelfde netwerk of VLAN zitten, met mDNS en poort 6053 toegestaan.
  4. Voeg hem met de hand toe: ga naar Instellingen > Apparaten en diensten > Integratie toevoegen, kies ESPHome en vul het IP-adres in.

Het WiFi-setupnetwerk verschijnt niet

Oorzaak: Het apparaat is nog aan het opstarten, is al met je WiFi verbonden, of draait Ethernet-firmware.

Oplossing:

  1. Wacht 1 tot 2 minuten na het aanzetten.
  2. Kijk in je router. Staat het apparaat daar, dan is hij al verbonden en hoef je niets in te stellen.
  3. Alleen WiFi-firmware heeft een setupnetwerk. Ethernet-firmware verbindt via de kabel.
  4. Koppel de voeding los, wacht een paar seconden en sluit hem weer aan.
  5. Gebruik bij USB-C een voeding van 5 V en minimaal 1 A.

De captive portal opent niet

Oorzaak: Je telefoon of laptop blijft op zijn andere verbinding, of toont de portal niet.

Oplossing:

  1. Zet mobiele data op je telefoon uit.
  2. Blijf verbonden met het setupnetwerk als je telefoon meldt dat er geen internet is.
  3. Probeer een andere telefoon of een laptop.

Apparaat is offline

Oorzaak: De voeding of het netwerk is weggevallen, het WiFi-signaal bij het plafond is zwak, of je netwerk is veranderd.

Oplossing:

  1. Controleer de voeding en, bij Ethernet, de kabel en de switchpoort.
  2. Kijk of het apparaat in je router staat.
  3. Controleer bij WiFi het signaal op de montageplek. Blijft dat zwak, overweeg dan Ethernet.
  4. Is je WiFi-naam of wachtwoord veranderd? Zie Netwerkconfiguratie.
  5. Koppel de voeding los en sluit hem weer aan. Hangt de sensor aan netspanning, schakel dan de stroomgroep uit en weer in.

Ethernet maakt geen verbinding

Oorzaak: Het apparaat draait WiFi-firmware, de kabel of stekker zit niet goed, of het netwerk geeft geen IP-adres.

Oplossing:

  1. Voor Ethernet heb je Ethernet-firmware nodig. Zie Firmware.
  2. Controleer de kabel en probeer een andere switchpoort.
  3. Controleer of DHCP aanstaat en of het apparaat op hetzelfde netwerk of VLAN zit als Home Assistant.
  4. Zoek het IP-adres op in je router en voeg het apparaat met de hand toe.

PoE voedt de sensor niet

Oorzaak: De switch of injector ondersteunt geen IEEE 802.3af, PoE staat uit op die poort, of de kabel is de oorzaak.

Oplossing:

  1. Controleer of je switch of injector IEEE 802.3af ondersteunt en of PoE aanstaat op deze poort.
  2. Probeer een andere kabel en een andere poort.
  3. Test de sensor met USB-C om de sensor zelf uit te sluiten.

Aanwezigheid

Aanwezigheid blijft aan in een lege ruimte

Oorzaak: De radar ziet iets: een bewegend voorwerp, een reflectie, activiteit achter een dunne wand, of een achtergrond die hij nog niet heeft geleerd. Een LD2412 kan ook aan blijven bij een hoge still energy.

Oplossing met LD2412 + LD2450:

  1. Kijk welke radar Presence aan houdt: LD2412 Presence of LD2450 Presence.
  2. Blijft LD2412 Still Energy hoog in een lege ruimte, druk dan op LD2412 Restart.
  3. Haal bewegende dingen weg of zet ze stil, zoals huisdieren, ventilatoren en gordijnen, en controleer op reflecties.
  4. Doe de dynamische achtergrondcorrectie met de ruimte leeg.
  5. Verlaag LD2412 Maximum Distance Gate tot de grootte van de ruimte en controleer LD2412 Presence Timeout.

Oplossing met LD2460:

  1. Kijk bij Tracking Targets waar de radar het target plaatst.
  2. Controleer of daar spiegels, metalen meubels of ramen zijn.
  3. Beperk het detectiebereik of teken een uitsluitzone. Zie Kalibratie.

Geen aanwezigheid, of iemand wordt gemist

Oorzaak: De radarmodule zit niet stevig, de persoon is buiten de dekking, of de instellingen zijn te krap.

Oplossing:

  1. Controleer of de firmware-entiteit van de radar een waarde heeft: zie het volgende onderdeel.
  2. Koppel alle voeding los en controleer of de module stevig in de aansluiting zit. Een losse module kan iemand missen.
  3. Controleer de dekking voor jouw plafondhoogte. Stilzitten heeft minder bereik dan bewegen.
  4. Verhoog LD2412 Maximum Distance Gate en controleer LD2412 Minimum Distance Gate.
  5. Controleer of je zones niet te klein zijn.

Radarentiteiten zijn leeg

Oorzaak: De module wordt niet gezien, of de firmware past niet bij de radar in het apparaat.

Oplossing:

  1. Controleer LD2412 Firmware Version, LD2450 Firmware Version of Tracking Radar Firmware. Leeg betekent dat de module niet wordt gezien.
  2. Koppel alle voeding los en plaats de module opnieuw.
  3. Controleer of de firmware past bij de radarconfiguratie. Zie Firmware.
  4. Combineer nooit modules die niet samen kunnen. Zie Radar- en sensormodules.

Detectie door een wand of vanuit de volgende ruimte

Oorzaak: mmWave kan door dunne wanden en deuren heen.

Oplossing:

  • Met LD2412: verlaag LD2412 Maximum Distance Gate.
  • Met LD2450: gebruik zones met LD2450 Zone Type.
  • Met LD2460: verlaag Tracking Radar Detection Distance of teken een uitsluitzone.

Huisdieren of ventilatoren activeren de aanwezigheid

Oorzaak: mmWave kan kleine bewegende dingen opmerken, zoals huisdieren, ventilatoren en bewegende gordijnen.

Oplossing:

  • Richt je op het gebied waar mensen zijn, met zones als je radar die heeft.
  • Verlaag het maximale bereik tot het deel van de ruimte dat je nodig hebt.
  • Blijft een plafondventilator draaien, doe de dynamische achtergrondcorrectie dan met de ventilator op zijn gebruikelijke stand.

Zones kloppen niet met de ruimte

Oorzaak: De coördinaten van de zone komen niet overeen met waar de radar mensen plaatst.

Oplossing:

  1. Loop door de ruimte en kijk naar de X- en Y-entiteiten.
  2. Zet de zone rond de coördinaten die je ziet, niet rond wat je met een rolmaat hebt gemeten.
  3. Doe met een LD2460 de looptest voordat je zones tekent.

Metingen

Eerste metingen na een start lijken niet te kloppen

Oorzaak: Dit is normaal. De eerste SCD41-metingen na een start zeggen nog niets, en VOC en NOx hebben draaitijd nodig.

Oplossing: Wacht tot de sensoren zijn gestabiliseerd. Geef de SCD41 minstens 30 minuten voordat je de temperatuur beoordeelt, en de SGP41 enkele uren.

CO2 lijkt te hoog of te laag

Oorzaak: Automatische zelfkalibratie staat volgens plan uit, dus de meting corrigeert zichzelf niet na verloop van tijd. Of de ruimte wordt echt te weinig geventileerd.

Oplossing:

  1. Ventileer de ruimte goed en kijk of de waarde daalt. Frisse buitenlucht zit op ongeveer 400 tot 430 ppm.
  2. Blijft de meting in frisse lucht duidelijk afwijken, druk dan op SCD41 Calibrate Fresh Air. Zie Kalibratie.

Temperatuur is te hoog

Oorzaak: Inbouw en warmte van de elektronica beïnvloeden de meting. Een felle ledring voegt ook wat warmte toe.

Oplossing:

  1. Dim de ledring of gebruik hem kort.
  2. Inbouw? Houd de ruimte boven het plafond tochtvrij.
  3. Vergelijk met een betrouwbare thermometer en pas SCD41 Extra Temperature Offset aan. Zie Kalibratie.
  4. Gebruik de temperatuur vooral voor trends.

Luchtvochtigheid lijkt niet te kloppen

Oorzaak: De meting wijkt af van je referentie, of de sensor is nog aan het stabiliseren.

Oplossing: Wacht tot de sensor is gestabiliseerd, vergelijk met een betrouwbare referentie en pas SCD41 Humidity Offset aan.

VOC of NOx lijkt onrustig

Oorzaak: Deze waarden zijn relatieve indexen, geen ppm, en ze hebben draaitijd nodig na een start of verplaatsing.

Oplossing: Geef de sensor enkele uren normaal gebruik en beoordeel trends, geen losse waarden. Zie Kalibratie.

BMP388 Temperature is veel hoger dan de ruimte

Oorzaak: Dit is normaal. Dit is de temperatuur binnen in het apparaat, niet de kamertemperatuur.

Oplossing: Niets. Voor de kamertemperatuur gebruik je de sensoren uit Radar- en sensormodules.

Lichtwaarde wijkt af van een luxmeter

Oorzaak: De sensor meet het licht dat het plafond bereikt, niet het licht op de plek waar je de meter houdt.

Oplossing: Kies grenswaarden voor automatiseringen op basis van wat Illuminance in jouw ruimte toont. Zie Kalibratie.

Ledring en buzzer

Ledring blijft donker

Oorzaak: De ring staat standaard uit.

Oplossing:

  1. Zet LED Ring aan op de apparaatpagina.
  2. Controleer de helderheid.
  3. Controleer of een automatisering de ring uitzet.

Ledring geeft geen waarschuwing

Oorzaak: Er is geen ingebouwde bewegingslamp of CO2-waarschuwing.

Oplossing: Bouw dit met een automatisering. Zie Ledring en buzzer.

Buzzer blijft stil

Oorzaak: De buzzer is stil tenzij je hem gebruikt.

Oplossing:

  1. Druk op Buzzer Test onder Diagnostisch op de apparaatpagina.
  2. Controleer of je automatisering button.press op de juiste entiteit gebruikt. Zie Gebruik.

Speaker en spraak

Geen geluid uit de speaker

Oorzaak: Het volume staat laag, de mediaspeler krijgt geen audio, of je automatisering wijst naar de verkeerde entiteit.

Oplossing:

  1. Controleer Speaker op de apparaatpagina en het volume ervan.
  2. Test met een kort gesproken bericht voordat je langere audio probeert.
  3. Controleer de entity-ID's in je automatisering. Zie Speaker en spraak.

Assist reageert niet goed

Oorzaak: De taal of de spraakdiensten van je assistent zijn niet goed ingesteld.

Oplossing:

  1. Controleer de taal van de assistent in Home Assistant.
  2. Controleer of je diensten voor spraak-naar-tekst en tekst-naar-spraak draaien.
  3. Probeer een korter commando.

Optische rookmeting

Deze onderdelen gaan over de experimentele meting, niet over je veiligheid. Gaat een gecertificeerde rookmelder af, of zie of ruik je rook, handel daar dan eerst naar. Zie Optische rookmeting.

ADPD188BI Baseline Ready blijft uit

Oorzaak: De opwarmfase is nog niet klaar. Die duurt na elke start minstens drie minuten en begint opnieuw als de metingen verschuiven.

Oplossing:

  1. Wacht een paar minuten en controleer ADPD188BI Measurement Stable.
  2. Controleer ADPD188BI Sensor Problem.
  3. Wordt de opwarmfase nooit klaar, neem dan contact op met support.

ADPD188BI Sensor Problem staat aan

Oorzaak: De sensor is niet goed gestart of de uitlezingen mislukken.

Oplossing:

  1. Beschouw elke meting van deze functie als onbetrouwbaar.
  2. Druk op Smoke Test en controleer Smoke Self Test Result.
  3. Druk op Restart Device. De opwarmfase begint dan opnieuw.
  4. Blijft het probleem, neem dan contact op met support.

ADPD188BI Smoke Alert gaat aan zonder zichtbare rook

Oorzaak: De metingen kunnen onterecht afgaan. Een stijging boven de basislijn bewijst geen rook.

Oplossing:

  1. Controleer eerst de ruimte en ga af op je gecertificeerde rookmelders.
  2. Staat de sirene aan, druk dan op Smoke Alarm Silence om hem 10 minuten te dempen.
  3. Bekijk ADPD188BI Smoke Index over de tijd om te zien wat er is gebeurd.

De sirene blijft stil

Oorzaak: De sirene staat standaard uit.

Oplossing: De sirene klinkt alleen als Smoke Siren Enabled aan staat. Of je die aanzet, is jouw keuze. Zie Optische rookmeting.

Smoke Self Test Result toont FAIL

Oorzaak: De sensor reageerde tijdens Smoke Test niet zoals verwacht.

Oplossing:

  1. Druk op Restart Device, wacht de opwarmfase af en doe Smoke Test opnieuw.
  2. Controleer ADPD188BI Sensor Problem.
  3. Blijft het mislukken, neem dan contact op met support.

Entiteiten en firmware

Er ontbreekt een entiteit

Oorzaak: De entiteit hangt af van je radarconfiguratie en firmware, of is standaard uitgeschakeld.

Oplossing:

  1. Vergelijk met Sensor Definities voor jouw radarconfiguratie.
  2. Controleer of de firmware past bij je netwerkkeuze en radarconfiguratie.
  3. Kijk onder Diagnostisch en Configuratie op de apparaatpagina, en controleer verborgen of uitgeschakelde entiteiten.

Je automatisering werkt niet meer na een firmwarewissel

Oorzaak: Namen van entiteiten kunnen tot de release veranderen, en radarconfiguraties hebben verschillende entiteiten.

Oplossing: Controleer de entity-ID's in je automatisering aan de hand van de apparaatpagina.

Kom je er niet uit?

In Garantie en Ondersteuning lees je wat je het beste meestuurt.